De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2011 en 2013, die bij hun ouders wonen. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag. De eerdere ondertoezichtstelling was verlengd tot 18 augustus 2025.
De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met ernstige zorgen over de pedagogische vaardigheden van de ouders en de problematiek van de kinderen zelf, waaronder gedragsproblemen en een licht verstandelijke beperking. De kinderen tonen problematisch gedrag en hebben veel sturing en begeleiding nodig die de ouders onvoldoende kunnen bieden. De ouders werken slechts oppervlakkig mee en ontkennen deels de problematiek.
De kinderrechter stelt vast dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is omdat het gezin niet openstaat voor intensieve hulp. Daarom is verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om sturing en begeleiding te kunnen bieden vanuit een gedwongen kader.
De ondertoezichtstelling wordt verlengd voor de duur van een jaar tot 18 augustus 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De ouders zijn correct opgeroepen maar waren niet aanwezig bij de zitting. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of kennisname.