ECLI:NL:RBDHA:2025:16098
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie waarin de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 is beëindigd. Verzoeker had geen lopende procedure over tijdelijke bescherming ten tijde van het besluit.
De voorzieningenrechter stelt vast dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat de gevolgen van het beëindigen van de tijdelijke bescherming voor de groep derdelanders Oekraïne op 4 september 2025 ophouden, waarna verzoeker geen gebruik meer mag maken van gemeentelijke opvang en niet mag werken. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend en zich niet verzet tegen het verzoek.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe als ordemaatregel en bepaalt dat verzoeker moet worden behandeld alsof de tijdelijke bescherming nog van toepassing is tot vier weken na de uitspraak op het beroep. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoeker wordt behandeld alsof tijdelijke bescherming nog geldt tot vier weken na uitspraak op het beroep.