ECLI:NL:RBDHA:2025:16099
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen onrechtmatige vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 11 augustus 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd op 13 augustus 2025 opgeheven en vervangen door een nieuwe bewaring op grond van artikel 59, tweede lid, van dezelfde wet.
De rechtbank heeft ambtshalve de rechtmatigheid van de oorspronkelijke maatregel beoordeeld en vastgesteld dat eiser ten onrechte op grond van artikel 59a, eerste lid, in bewaring is gesteld. Uit een Eurodactreffer bleek immers dat eiser sinds 8 augustus 2017 internationale bescherming geniet in Duitsland, hetgeen de toepasselijkheid van de Dublinverordening uitsluit.
Hoewel de maatregel inmiddels is opgeheven, oordeelt de rechtbank dat de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en kent eiser een schadevergoeding toe van €300 voor drie dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens worden de proceskosten van €904 aan verweerder opgelegd, te betalen aan de rechtsbijstandverlener.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en eiser ontvangt een schadevergoeding van €300 voor onrechtmatige bewaring.