ECLI:NL:RBDHA:2025:16105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering onterecht uitgekeerde huurtoeslag
Eiser heeft in 2017 huurtoeslag aangevraagd en sinds mei 2022 woont hij in een huurwoning met een rekenhuur boven de huurtoeslaggrens. Ondanks dit werd in juli 2023 een voorschot op huurtoeslag toegekend en deels uitgekeerd. Na ontdekking van de fout heeft verweerder het voorschot op nihil gesteld en het uitgekeerde bedrag van € 3.755,- teruggevorderd.
Eiser stelde dat verweerder onzorgvuldig handelde, dat er sprake was van willekeur en ongelijke behandeling, en dat de terugvordering onevenredig was. De rechtbank oordeelt dat de fout tijdig en zorgvuldig is hersteld, dat het voorschot een voorlopig karakter heeft en herzien kan worden, en dat geen sprake is van schending van het vertrouwens- of gelijkheidsbeginsel.
Hoewel de gang van zaken voor eiser hinderlijk was, is onvoldoende gebleken dat hij ernstig in zijn belangen is geraakt of dat de terugvordering bijzonder onbillijk is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van het onterecht uitgekeerde voorschot huurtoeslag wordt ongegrond verklaard.