ECLI:NL:RBDHA:2025:1613

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
7 februari 2025
Zaaknummer
NL24.47831
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep

Verzoekers, samen met hun minderjarige kinderen, hebben asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 26 november 2024 als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank.

De verzoekers hebben vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek beoordeeld zonder zitting, op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Op 17 januari 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep in een gerelateerde zaak, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.47831

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker 1]

V-nummer: [V-nummer 1]
[verzoeker 2]
V-nummer: [V-nummer 2]
samen: verzoekers
mede ingediend namens hun minderjarige kinderen:
[minderjarige 1] en [minderjarige 2]
V-nummers: [V-nummer 3] en [V-nummer 4]
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 november 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Overwegingen

1. Bij mondelinge uitspraak van 17 januari 2025, zaaknummer NL24.47830, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 4 februari 2025 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.