Uitspraak
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 8 juli 2022 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
voorlopigbij de vader zal zijn:
voorlopigbij de oma (moederszijde) zal zijn:
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor een minderjarige, waarbij de moeder en vader als partijen betrokken zijn. Eerder waren voorlopige regelingen getroffen waarbij de hoofdverblijfplaats wisselde en de zorg werd verdeeld tussen ouders en grootouders, met aanhoudingen in afwachting van bemiddeling en hulpverlening.
De vader vroeg om een eindbeschikking die de huidige zorgregeling vastlegt, waarbij de minderjarige in de ene week van woensdagmiddag tot vrijdagavond bij de moeder of oma verblijft en in de andere week van vrijdagmiddag tot maandagochtend eveneens bij moeder of oma, met de schoolvakanties gelijk verdeeld. De vader trok tevens zijn verzoek tot eenhoofdig gezag in en benadrukte het belang van juridische duidelijkheid.
De moeder verzet zich tegen een eindbeschikking en betoogt dat verdere afspraken met de gezinsvoogd niet zullen slagen vanwege het gebrek aan vertrouwen van de vader. Zij benadrukt haar stabiele situatie en het belang van duidelijkheid voor de minderjarige, die volgens haar weer bij haar wil wonen.
De rechtbank oordeelt dat de voorgestelde regeling van de vader passend is en de belangen van de minderjarige dient. De gezinsvoogd krijgt de regie over de overnachtingen bij de moeder of oma. Het verzoek van de moeder tot mondelinge behandeling en wijziging van de regeling wordt afgewezen. De beschikking wordt uitgesproken door kinderrechter A.M. Brakel op 29 augustus 2025.
Uitkomst: De rechtbank stelt de zorgregeling vast waarbij de minderjarige de helft van de tijd bij de moeder of oma verblijft, met regie voor de gezinsvoogd over overnachtingen.