ECLI:NL:RBDHA:2025:16163

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 augustus 2025
Publicatiedatum
29 augustus 2025
Zaaknummer
C/09/672876 / FA RK 24-6801 T1
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige omgangsregeling en kinderalimentatie vastgesteld, gezagsbeslissing aangehouden

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder tot vaststelling van kinderalimentatie en een verzoek van de vader tot het vaststellen van een omgangsregeling en mede-gezag over hun minderjarige kind, geboren in 2020.

De moeder vroeg aanvankelijk om een kinderalimentatie van €350 per maand, maar wijzigde dit naar €25 per maand, gezien de beperkte draagkracht van de vader die een bijstandsuitkering ontvangt. De vader verzocht om een opbouwende omgangsregeling en mede-gezag.

De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is gezien de verblijfplaats van het kind. Er werd een voorlopige omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader het kind geleidelijk meer in het weekend mag zien, met videobelcontacten op dinsdag en donderdag. De overdracht vindt plaats op een door advocaten af te spreken locatie, waarbij de moeder een familielid of derde kan meenemen.

De rechtbank wees de kinderalimentatie toe op €25 per maand, met terugwerkende kracht vanaf de datum van het verzoek. De beslissing over het gezag en de definitieve zorgregeling wordt aangehouden tot na evaluatie van het verloop van de omgangsregeling, gepland op een nader te bepalen datum.

Uitkomst: Voorlopige omgangsregeling en kinderalimentatie van 25 euro per maand vastgesteld; beslissing over gezag en definitieve zorgregeling aangehouden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6801
Zaaknummer: C/09/672876
Datum beschikking: 29 augustus 2025

Gezag, zorgregeling c.q. omgangsregeling en kinderalimentatie

Beschikking op het op 13 september 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.J.J.A. Ooms te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Abd Rabou te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift van de zijde van de moeder, ingekomen op 13 september 2024;
  • het bericht van 10 oktober 2024 van de zijde van de moeder;
  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de zijde van de vader, ingekomen op 31 januari 2025;
  • het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken van de zijde van de moeder, ingekomen op 19 februari 2025.
Op 18 juli 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van de moeder, de vader met zijn advocaat en een tolk, mevrouw I.A. Farah, alsmede mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in persoon verschenen.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] .
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] belast.
- De moeder heeft de Nederlandse nationaliteit. De vader heeft een onbekende nationaliteit.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt in haar verzoekschrift om met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift een door de vader aan haar te betalen kinderalimentatie van € 350,- per maand vast te stellen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader voert verweer tegen dit verzoek.
Daarnaast verzoekt de vader zelfstandig:
  • de vader mede te belasten met het gezag over [de minderjarige] ;
  • een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat [de minderjarige] bij de vader verblijft:
  • in de eerste en tweede maand: om het weekend op zaterdag van 12.00 uur tot 14.00 uur, waarbij de vader met [de minderjarige] in Nederland blijft;
  • in de derde en vierde maand: om het weekend op zaterdag van 12.00 uur tot 16.00 uur, waarbij de vader met [de minderjarige] in Nederland blijft;
  • in de vijfde en zesde maand: om het weekend op zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de vader met [de minderjarige] in Nederland blijft;
  • in de zevende maand: om het weekend van vrijdag 12.00 uur tot zondag 19.00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] mag meenemen naar Duitsland;
  • vanaf de achtste maand: om het weekend van vrijdag na school tot zondag 19.00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] mag meenemen naar Duitsland;
  • in onderling overleg gedurende de helft van de vakanties en feestdagen,
waarbij de vader zorgdraagt voor het ophalen en thuisbrengen van [de minderjarige] ,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de vader. Daarnaast heeft zij haar oorspronkelijke verzoek gewijzigd, in die zin dat zij nu verzoekt om met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift een door de vader aan haar te betalen kinderalimentatie van € 25,- per maand vast te stellen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Gezag en zorgregeling c.q. omgangsregeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken ten aanzien van het gezag en de zorgregeling c.q. omgangsregeling.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het besprokene op de zitting is de rechtbank het volgende gebleken. De vader woont in Duitsland ( [plaats] ) en de moeder in Nederland. Dit was ook al zo toen zij een relatie hadden. Partijen hebben dan ook nooit echt samengewoond. De vader heeft aangegeven dat hij sinds de geboorte van [de minderjarige] (eind 2020) wel regelmatig voor één of twee weken bij de moeder thuis verbleef om tijd met zijn zoon door te brengen. In 2022 zouden de moeder en [de minderjarige] voor een periode van een maand bij de vader in Duitsland hebben gewoond. In 2023 heeft de vader voor het laatst contact gehad met [de minderjarige] . De vader heeft geen goede verstandhouding met de familie van de moeder. Volgens de vader zorgen zij voor wrijving tussen hem en de moeder en dwarsbomen zij het contact tussen hem en [de minderjarige] . Op dit moment is er geen enkele communicatie tussen de vader en de moeder. De moeder heeft de vader geblokkeerd op haar telefoon.
De vader zou graag zien dat het contact tussen hem en [de minderjarige] wordt hersteld en verzoekt een opbouwende regeling vast te stellen. Daarnaast verzoekt hij hem mede te belasten met het gezag over [de minderjarige] . Naar de mening van de vader zouden hij en de moeder in het belang van [de minderjarige] moeten samenwerken.
De moeder kan ermee instemmen dat de vader en [de minderjarige] regelmatig met elkaar videobellen en dat de vader [de minderjarige] om het weekend in Nederland komt bezoeken. Zij wil wel dat er in het begin een familielid of andere vertrouwde derde bij de contacten aanwezig is. Dat de vader [de minderjarige] meeneemt naar Duitsland is wat de moeder betreft nog totaal niet aan de orde.
Gezamenlijk gezag ziet de moeder niet zitten. Zij is bang dat de vader haar wil domineren.
Zoals op de zitting besproken, zal de rechtbank vastleggen dat de vader en [de minderjarige] conform het voorstel van de vader iedere dinsdag en iedere donderdag om 18.00 uur met elkaar zullen videobellen (de moeder moet de vader op die momenten deblokkeren op haar telefoon). Vier weken na de zitting zal het eerste omgangscontact plaatsvinden, waarbij geldt dat [de minderjarige] zal worden overgedragen op een door de advocaten af te spreken locatie. Bij de overdracht mag de moeder een familielid of andere derde meenemen. De rechtbank ziet geen reden om te bepalen dat dit familielid of deze andere derde ook bij de omgangsmomenten zelf aanwezig mag zijn. De veiligheid van [de minderjarige] lijkt immers niet in gevaar.
De rechtbank zal de door de vader verzochte regeling voor de eerste zes maanden volgen (te weten de eerste en de tweede maand om het weekend op zaterdag van 12.00 uur tot 14.00 uur, de derde en de vierde maand om het weekend op zaterdag van 12.00 uur tot 16.00 uur en vanaf de vijfde maand om het weekend op zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur). Partijen moeten de rechtbank vóór 1 november 2025 informeren over het verloop van de contacten. Vervolgens zal een nieuwe zitting worden gepland, waarna een beslissing zal worden genomen over het gezag en de definitieve zorgregeling c.q. omgangsregeling.
Kinderalimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu [de minderjarige] in Nederland woont, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van een kinderalimentatie.
Op het verzoek tot vaststelling van een kinderalimentatie zal de rechtbank op grond van artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
Tussen partijen is niet in geschil dat de vader gezien het feit dat hij een bijstandsuitkering ontvangt een minimumdraagkracht heeft van € 25,- per maand. De rechtbank zal het gewijzigde verzoek van de moeder dan ook toewijzen en bepalen dat de vader met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, zijnde 13 september 2024, een kinderalimentatie moet betalen van € 25,- per maand.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de vader en de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] , iedere dinsdag en iedere donderdag om 18.00 uur met elkaar zullen videobellen;
bepaalt dat vanaf 15 augustus 2025 de volgende
voorlopigeomgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] zal gelden:
  • de eerste en tweede maand: om het weekend op zaterdag van 12.00 uur tot 14.00 uur;
  • de derde en vierde maand: om het weekend op zaterdag van 12.00 uur tot 16.00 uur;
  • met ingang van de vijfde maand: om het weekend op zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur,
waarbij de overdracht van [de minderjarige] plaatsvindt op een door de advocaten af te spreken locatie, indien door de moeder gewenst in het bijzijn van een familielid van de moeder of een andere derde;
bepaalt dat partijen de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren omtrent het verloop van de contacten;
bepaalt dat de behandeling van de verzoeken aangaande het gezag en de zorgregeling c.q. omgangsregeling op de zitting zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum en tijdstip;
bepaalt dat de vader met ingang van 13 september 2024 een kinderalimentatie aan de moeder moet betalen van € 25,- per maand, vanaf nu telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing
ten aanzien van het gezag en de zorgregeling c.q. omgangsregelingaan tot
1 november 2025 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 augustus 2025.