ECLI:NL:RBDHA:2025:16183
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 8 juli 2025, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was.
De voorzieningenrechter overwoog dat er reeds een uitspraak was gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.28086) en dat een voorlopige voorziening daarom niet meer nodig was. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 16 juli 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.