ECLI:NL:RBDHA:2025:16186
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek rechterlijke machtiging opname en verblijf cliënt met dementie
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, Alzheimer dementie, voor de duur van zes maanden. De cliënt, geboren in 1939, werd bijgestaan door haar advocaat en ondersteund door een casemanager, begeleider en betrokken buurtbewoners.
Tijdens de zitting betoogde de cliënt dat opname niet noodzakelijk is en dat zij in haar thuissituatie kan blijven wonen met ondersteuning van haar netwerk en thuiszorg. De casemanager benadrukte echter dat de thuissituatie niet meer houdbaar is vanwege verminderd zelfzorgvermogen, angst- en paniekgevoelens en de noodzaak van 24-uurs zorg die thuis niet geboden kan worden. De begeleider stelde dat cliënt goed aan te sturen is en dat de thuissituatie nog houdbaar is.
De rechtbank constateerde dat cliënt ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening, waaronder brandgevaarlijke situaties, lichamelijk letsel en verwaarlozing. Desondanks achtte de rechtbank, mede gelet op de betrokkenheid van het netwerk en de inzet van thuiszorg, dat minder ingrijpende maatregelen dan opname mogelijk zijn. De rechtbank concludeerde dat niet aan de wettelijke criteria voor machtiging is voldaan en wees het verzoek af.
Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging voor opname en verblijf wordt afgewezen wegens het ontbreken van noodzaak en het bestaan van minder ingrijpende alternatieven.