De minister van Asiel en Migratie legde op 12 mei 2025 aan eiser een maatregel van vreemdelingenbewaring op, die nog voortduurt. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het vooronderzoek gesloten op 13 juni 2025.
Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn psychische problemen in het Centrum voor Transculturele Psychiatrie (CTP) Veldzicht verblijft op een medische titel, waardoor vreemdelingenbewaring in dezelfde inrichting onrechtmatig zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat CTP Veldzicht als huis van bewaring kan worden aangemerkt en dat de bestuursrechtelijke titel van vreemdelingenbewaring niet is komen te vervallen, ondanks de medische behandeling en het verblijf van eiser in de psychiatrische inrichting.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 20 mei 2025 rechtmatig is en dat er geen aanwijzingen zijn dat eiser niet op verantwoorde wijze in bewaring kan verblijven of dat zijn psychische toestand zal verslechteren door gebrek aan medische zorg. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.