ECLI:NL:RBDHA:2025:1624
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 13 december 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank.
Tegelijkertijd met het beroep heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om de afwijzing tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 30 januari 2025 behandeld.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.50993), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Op basis hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en is openbaar gemaakt op 7 februari 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.