Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende op 24 september 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het doel arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd bij besluit van 7 oktober 2024 afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
Op 21 november 2024 besloot de minister op het bezwaar, waarmee het bezwaar niet langer aanhangig was. Verzoeker stelde geen beroep in tegen deze beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).
Omdat geen bezwaar of beroep meer aanhangig was, werd het verzoek om een voorlopige voorziening als niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.