ECLI:NL:RBDHA:2025:16360

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 augustus 2025
Publicatiedatum
3 september 2025
Zaaknummer
NL25.28750 en NL25.26966
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 DublinverordeningArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid en ongegrondverklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening

De zaak betreft beroepen van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Tsjechië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.

Eiser heeft eerder al beroep ingesteld tegen een soortgelijk besluit, dat door de rechtbank op 10 juni 2025 ongegrond werd verklaard. Na een nieuwe aanvraag en een daarop volgend besluit van 17 juni 2025, heeft eiser opnieuw beroep ingesteld. De rechtbank heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en beoordeelt nu de beroepen zonder zitting.

De rechtbank overweegt dat de gronden van eiser grotendeels overeenkomen met eerdere beroepen en dat het niet mogelijk is om tweemaal beroep in te stellen tegen hetzelfde besluit. De aangevoerde bijzondere omstandigheden en bezwaren tegen de Tsjechische procedures zijn onvoldoende onderbouwd om het besluit te vernietigen.

Daarom verklaart de rechtbank het eerste beroep ongegrond en het tweede beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het eerste beroep is ongegrond verklaard en het tweede beroep niet-ontvankelijk wegens herhaalde behandeling van hetzelfde besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.26966 en NL25.28750

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. R. Koelman),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 17 juni 2025 niet in behandeling genomen omdat Tsjechië ervoor verantwoordelijk is.
1.1
Eerder heeft verweerder bij besluit van 17 april 2025 de aanvraag
van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Het beroep is bij uitspraak van 10 juni 2025 ongegrond verklaard. [1]
1.2
Eiser heeft op 10 juni 2025 opnieuw asiel aangevraagd. Bij besluit van
17 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder opnieuw de aanvraag van eiser
niet in behandeling genomen op de grond dat Tsjechië verantwoordelijk is voor de
behandeling daarvan. Verzoeker heeft op 18 juni 2025 tegen dit besluit beroep ingesteld (NL25.26966).
1.3
Verzoeker heeft op 30 juni 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het bestreden
besluit (NL25.28750) en heeft daarbij om een voorlopige voorziening (NL25.28751) verzocht. Verweerder heeft een reactie ingediend op dit verzoek.
1.4
Op 14 juli 2025 heeft deze rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening met zaaknummer NL25.28751 afgewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Geen zitting
2. De rechtbank houdt in deze zaken geen zitting. Het beroep met zaaknummer NL25.26966 is namelijk kennelijk ongegrond en het beroep met zaaknummer NL25.28750 is kennelijk niet-ontvankelijk. [2] Hieronder legt de rechtbank dit uit.
Waar gaan deze zaken over?
3. Eiser stelt de Ugandese nationaliteit te hebben en op [geboortedatum] 1995 te zijn geboren. Verweerder heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Tsjechië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser voert in beide beroepen grotendeels dezelfde gronden aan. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser ten onrechte niet in behandeling genomen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Er is in het geval van eiser namelijk sprake van bijzonere individuele omstandigheden. Eiser is bijzonder kwetsbaar omdat hij getraumatiseerd is en psychologische hulp nodig heeft als gevolg van de dingen die hij heeft meegemaakt in Uganda. In Tsjechië zal tijdens de gehoren geen rekening worden gehouden met deze medische situatie. Zijn asielverzoek zal hoogstwaarschijnlijk niet serieus in behandeling worden genomen in Tsjechië. Eiser verwijst in dit verband ook naar het rapport van de European Union Agency for Asylum [3] en naar het rapport van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van de Tsjechische Republiek, Afdeling Asiel- en Migratiebeleid [4] . Verder voert eiser aan dat het besluit onzorgvuldig is en onvoldoende is gemotiveerd. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de bijzondere individuele omstandigheden die maken dat een overdracht van een onevenredige hardheid getuigt.
4.1
Daarnaast stelt eiser dat hij bezorgd is over de methoden van gehoor in Tsjechië. Tsjechië heeft geen garantie gegeven dat eisers asielverzoek op een menswaardige manier zal worden behandeld en dat er geen gebruik wordt gemaakt van methoden zoals genoemd in een – door eiser niet gespecificeerd – artikel. Verder verzoekt eiser om de zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Beroep met het zaaknummer NL25.26966
5. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiser eerder in de zienswijze naar voren heeft gebracht, kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Daarom ziet de rechtbank hierin geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.
6. De rechtbank stelt vast dat de door eiser aangevoerde gronden in het onderhavige beroep grotendeels overeenkomen met de gronden aangevoerd door eiser in NL25.18491. Ook heeft eiser in de zienswijzen grotendeels dezelfde gronden heeft aangevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in zijn motivering mogen verwijzen naar hetgeen in eisers eerste asielprocedure is overwogen. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om de beoordeling [5] uit de uitspraak op het beroep in de zaak NL25.18491 over te nemen. De in het onderhavige beroep aangevoerde stelling van eiser over de methoden van gehoor in Tsjechië leiden niet tot een ander oordeel, nu eiser dit niet nader heeft onderbouwd.
Beroep met het zaaknummer NL25.28750
7. Het is niet mogelijk om voor een tweede keer beroep in te stellen tegen hetzelfde besluit. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

8. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt hier niet over. Daarom is het beroep met het zaaknummer NL25.26966 ongegrond.
9. Het beroep met zaaknummer NL25.28750 is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt.
10. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep met zaaknummer NL25.26966 ongegrond;
  • verklaart het beroep met zaaknummer NL25.28750 niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van
J.F. Elzenaar, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL25.18491.
2.Op grond van artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
5.Rechtsoverwegingen 4 tot en met 5.1.