De zaak betreft beroepen van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Tsjechië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser heeft eerder al beroep ingesteld tegen een soortgelijk besluit, dat door de rechtbank op 10 juni 2025 ongegrond werd verklaard. Na een nieuwe aanvraag en een daarop volgend besluit van 17 juni 2025, heeft eiser opnieuw beroep ingesteld. De rechtbank heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en beoordeelt nu de beroepen zonder zitting.
De rechtbank overweegt dat de gronden van eiser grotendeels overeenkomen met eerdere beroepen en dat het niet mogelijk is om tweemaal beroep in te stellen tegen hetzelfde besluit. De aangevoerde bijzondere omstandigheden en bezwaren tegen de Tsjechische procedures zijn onvoldoende onderbouwd om het besluit te vernietigen.
Daarom verklaart de rechtbank het eerste beroep ongegrond en het tweede beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.