ECLI:NL:RBDHA:2025:16379
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overbrenging asielzoeker naar Zwitserland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 juni 2025 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond op 17 juli 2025. Verzoeker deed verzet tegen deze uitspraak en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij vóór de beslissing op het verzet aan Zwitserland wordt overgedragen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn verzet aanwezig te zijn zwaarder weegt dan het belang van de minister om verzoeker al over te dragen. Daarbij is van belang dat verzoeker op grond van de Awb recht heeft op aanwezigheid bij de zitting. Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen de voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, schorst het bestreden besluit en verbiedt de verwijdering van verzoeker uit Nederland totdat op het verzet is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overbrenging van verzoeker naar Zwitserland wordt geschorst tot beslissing op het verzet.