ECLI:NL:RBDHA:2025:16387

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
3 september 2025
Zaaknummer
NL25.36566
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbRichtlijn 2001/55/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander

Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, kreeg een terugkeerbesluit opgelegd waarbij zijn tijdelijke bescherming onder de Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55/EG) per 4 maart 2024 werd beëindigd. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten totdat het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er onverwijlde spoed is vanwege het naderende einde van de bevriezingsmaatregel voor Oekraïense derdelanders op 4 september 2025, waardoor verzoeker na die datum geen gebruik meer kan maken van opvang en niet mag werken. Omdat verzoeker ten tijde van het besluit geen procedure over tijdelijke bescherming had lopen, is toewijzing van de voorlopige voorziening passend.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en bepaalt dat verzoeker moet worden behandeld alsof de Richtlijn tijdelijke bescherming nog op hem van toepassing is tot vier weken na de beslissing op het beroep. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker tot €907.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de tijdelijke bescherming wordt voortgezet tot vier weken na beslissing op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.36566

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Inleiding

In het besluit van 27 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder een terugkeerbesluit tegen verzoeker uitgevaardigd en bepaald dat zijn facultatieve tijdelijke bescherming onder de Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55/EG) per 4 maart 2024 is geëindigd.
Verzoeker heeft beroep (NL25.36565) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort totdat op het beroepschrift is beslist.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak buiten zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele bodemzaak niet.
2. Aangezien verweerder in algemene zin heeft bekendgemaakt dat het bevriezen van de gevolgen van het eindigen van tijdelijke bescherming voor de groep die wordt aangeduid met de term 'derdelanders Oekraïne', waarvan verzoeker deel uitmaakt, op 4 september 2025 ophoudt, is de vereiste onverwijlde spoed aanwezig. Hoewel verzoeker vanaf die datum nog een vertrektermijn van vier weken heeft, mag hij namelijk na die datum geen gebruik meer maken van de gemeentelijke opvangvoorzieningen en mag hij niet meer werken in Nederland. Hierbij is van belang dat hij ten tijde van het bestreden besluit geen procedure over tijdelijke bescherming had lopen. [1] Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om bij wijze van ordemaatregel het verzoek op de hierna te melden wijze toe te wijzen.
3. In de toewijzing van het verzoek ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 907, bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek toe en bepaalt dat verzoeker moet worden behandeld als ware de Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55/EG) nog op hem van toepassing tot vier weken nadat er op het beroep (NL25.36565) is beslist;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907 (negenhonderdzeven euro).
Deze uitspraak is gedaan op 3 september 2025 door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.https://ind.nl/nl/nieuws/bevriezingsmaatregel-derdelanders-oekraine-stopt-op-4-september-2025.