Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 16 december 2024 ontvangen en de minister moest binnen zes maanden beslissen. Eiseres stelde de minister op 23 juni 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in, wat gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de minister binnen acht weken na verzending van het vonnis een nader gehoor moet afnemen over de asielmotieven van eiseres en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen. De totale nadere beslistermijn bedraagt dus zestien weken. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 453,50, omdat zij een professionele gemachtigde inschakelde. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het houden van een zitting. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.