Uitspraak
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de vaststelling van de ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning asiel door verweerder. De vergunning was toegekend met ingang van 1 april 2023, de datum waarop het M35-H formulier werd ingediend. Eiser stelde echter dat zijn asielwens al op 31 maart 2023 kenbaar was gemaakt door zich te melden als asielzoeker, wat blijkt uit de loopbrief.
De rechtbank toetst deze stelling aan de hand van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 20 januari 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:159), waarin is bepaald dat de ingangsdatum van een verblijfsvergunning asiel wordt bepaald door het moment waarop de asielwens is geuit, niet door de datum van formulierindiening. De rechtbank constateert dat eiser zich op 31 maart 2023 meldde en daarmee zijn asielwens kenbaar maakte.
Gelet op deze feiten vernietigt de rechtbank het bestreden besluit voor zover de ingangsdatum is vastgesteld op 1 april 2023 en stelt zij de ingangsdatum vast op 31 maart 2023. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 30 juli 2025.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt vastgesteld op 31 maart 2023 in plaats van 1 april 2023.