Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, werd op 23 juni 2025 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na eerdere rechtmatigheid tot 12 augustus 2025, betwist eiser de voortzetting van de bewaring en vraagt om schadevergoeding. Hij trok zijn asielaanvraag en het beroep daarop in augustus 2025 in, waarna de maatregel van bewaring niet tijdig werd opgeheven.
De rechtbank beoordeelt dat de bewaring onrechtmatig werd vanaf 30 augustus 2025, omdat verweerder de maatregel niet binnen 48 uur na beëindiging van de asielprocedure heeft opgeheven. Verweerder erkent dit en heeft de bewaring op 2 september 2025 beëindigd en een schadevergoeding aangeboden.
De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van €400 schadevergoeding voor vier dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €907. Het beroep wordt gegrond verklaard en het vonnis is onherroepelijk.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vreemdelingenbewaring vanaf 30 augustus 2025 onrechtmatig was en kent een schadevergoeding van €400 toe.