Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N. Schoonbrood).
Procesverloop
Overwegingen
Zicht op uitzetting
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Mexicaanse nationaliteit, werd op 25 augustus 2025 de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd gerechtvaardigd door het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken.
Eiser betwistte de gronden van de maatregel niet, maar stelde dat een lichter middel passend zou zijn, zodat hij zijn zaken kon regelen en vrijwillig kon vertrekken. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstaat, mede gezien het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats, onvoldoende middelen van bestaan en het ontbreken van een paspoort.
Daarnaast stelde eiser dat er geen zicht is op uitzetting naar de Verenigde Staten binnen een redelijke termijn, omdat zijn visum was verlopen. De rechtbank concludeerde dat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, mede op basis van eerdere toetsing van het terugkeerbesluit en het contact met de consulaire afdeling.
De rechtbank heeft ook ambtshalve getoetst of de maatregel onrechtmatig was en oordeelde van niet. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.