ECLI:NL:RBDHA:2025:1651
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over Wazo-uitkering wegens motiveringsgebrek, rechtsgevolgen in stand gelaten
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert eiseres vernietiging van het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over de hoogte van haar Wazo-uitkering. De rechtbank had in een eerdere tussenuitspraak een motiveringsgebrek geconstateerd en verweerder de gelegenheid gegeven dit te herstellen.
Verweerder heeft vervolgens een nadere motivering gegeven waarin is toegelicht waarom de referteperiode voor de berekening van de uitkering niet kan worden aangepast. Eiseres handhaaft haar standpunten, maar de rechtbank oordeelt dat het motiveringsgebrek is hersteld en dat de nadere motivering voldoende is.
De rechtbank overweegt dat geen sprake is van schending van het evenredigheidsbeginsel en dat toepassing van de hardheidsclausule in het Inkomensbesluit Waz niet tot een andere berekening kan leiden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat het gebrek is hersteld.
Daarnaast wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter N.E.M. de Coninck en griffier S.R. Veili op 22 januari 2025.
Uitkomst: Het besluit over de Wazo-uitkering wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.