Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Nadat verweerder alsnog de aanvraag heeft ingewilligd, heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten en griffierechten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen binnen de beroepsprocedure. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in dat geval proceskosten aan verweerder opleggen.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €453,50, gebaseerd op een puntensysteem met een lichte wegingsfactor, en wijst ook op de verplichting van verweerder om het griffierecht van €194 te vergoeden. Het verzoek om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom wordt buiten deze procedure geplaatst.
De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier R. de Mul op 4 september 2025, zonder zitting.