ECLI:NL:RBDHA:2025:16517
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing visum kort verblijf wegens te late indiening beroepsgronden
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Buitenlandse Zaken om haar aanvraag voor een visum kort verblijf af te wijzen. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en sloot het onderzoek schriftelijk.
Eiseres heeft in het beroepschrift geen beroepsgronden vermeld. Na een herstelverzoek heeft zij de gronden pas op 8 juli 2025 ingediend, terwijl de termijn was verstreken. De rechtbank heeft eiseres in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op de termijnoverschrijding, maar zij reageerde niet.
Daarom oordeelt de rechtbank dat er geen verschoonbare reden is voor de te late indiening en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De zaak wordt niet inhoudelijk behandeld, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het te laat indienen van de beroepsgronden zonder verschoonbare reden.