Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing en uitbreiding van meerdere bedrijfspanden op het bedrijventerrein, inclusief een afwijking van het bestemmingsplan voor een geveluitbreiding dichter dan 3 meter bij de perceelsgrens. Eiseressen, beide Verenigingen van Eigenaars van nabijgelegen panden, hebben beroep ingesteld tegen dit besluit vanwege vrees voor onevenredige parkeer- en verkeerseffecten.
De rechtbank oordeelt dat het besluit in rechte stand kan blijven. De uitbreiding aan de noordzijde valt binnen het bestemmingsplan en behoeft geen belangenafweging. De afwijking betreft slechts een beperkt deel van de westelijke gevel en leidt niet tot aantoonbare nadelige effecten. De parkeernormen zijn correct toegepast, waarbij het college mocht uitgaan van normen voor magazijn en bedrijf, en het bouwplan voorziet in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.
De door eiseressen aangevoerde verkeersproblemen bij laden en lossen worden niet aannemelijk geacht, mede doordat vergunninghoudster heeft toegelicht dat kleinere vrachtwagens en inpandige laadfaciliteiten worden gebruikt. De rechtbank concludeert dat het college terecht heeft geoordeeld dat het bouwplan niet leidt tot onevenredige parkeer- en verkeersproblemen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseressen krijgen geen proceskostenvergoeding.