ECLI:NL:RBDHA:2025:16553
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaan wegens onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende een tweede asielaanvraag in na een gewelddadige geschiedenis in Nigeria waarbij zijn vader en broer werden gedood. Hij vreesde vervolging door huurlingen en stelde dat terugkeer een schending van artikel 3 EVRM Pro zou betekenen vanwege medische en sociale omstandigheden.
Verweerder wees de aanvraag af op grond van onvoldoende aannemelijkheid van het risico op gevaar bij terugkeer en een negatieve belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat eiser na het incident nog geruime tijd in Nigeria heeft verbleven zonder problemen en dat de bedreigingen via Facebook waren gestopt. Ook was geen objectieve belemmering voor het gezinsleven in Nigeria aangetoond.
De medische situatie van eiser werd beoordeeld aan de hand van een BMA-advies, waaruit bleek dat hij in staat is te reizen en geen medische noodsituatie verwacht wordt bij uitblijven van behandeling. Eiser had het beroep in de aparte artikel 64-procedure ingetrokken, waardoor verweerder zich op dat standpunt kon baseren.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het beroep ongegrond verklaarde en het bestreden besluit in stand kon blijven. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter T. Boesman op 3 september 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag en verblijfsvergunning.