ECLI:NL:RBDHA:2025:16605
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht
In deze zaak heeft verzoekster een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of het verzoek ontvankelijk is, waarbij het betalen van het griffierecht een vereiste is.
De griffier heeft verzoekster op 7 augustus 2024 aangetekend geïnformeerd over de betaling van het griffierecht en een betalingstermijn van twee weken gesteld. Verzoekster heeft het griffierecht niet betaald en heeft hiervoor geen geldige reden opgegeven. De voorzieningenrechter acht het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen zitting gehouden omdat dat niet noodzakelijk werd geacht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open volgens de toepasselijke bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.