ECLI:NL:RBDHA:2025:16607
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
In deze zaak heeft verzoekster een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). De voorzieningenrechter beoordeelt de ontvankelijkheid van dit verzoek.
De rechtbank heeft verzoekster bij aangetekende brief op 7 augustus 2024 in de gelegenheid gesteld om het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Verzoekster heeft het griffierecht niet betaald en heeft geen geldige reden voor dit verzuim gegeven. Volgens de financiële administratie van de rechtbank is het griffierecht niet voldaan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen uitnodiging voor een zitting geweest omdat dit niet noodzakelijk werd geacht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.