ECLI:NL:RBDHA:2025:16608
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). De voorzieningenrechter beoordeelt de ontvankelijkheid van dit verzoek.
Volgens de wet moet het griffierecht tijdig worden betaald om ontvankelijk te zijn. Verzoekster is bij aangetekende brief op 7 augustus 2024 in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Uit de financiële administratie blijkt dat verzoekster dit niet heeft gedaan en geen verontschuldiging heeft gegeven.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er wordt geen zitting gehouden en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.