Eiser, een Venezolaanse oppositielid, diende in 2019 een asielaanvraag in die in 2025 werd afgewezen. Hij voert aan dat hij vanwege zijn politieke activiteiten en eerdere bedreigingen door colectivos en autoriteiten in Venezuela gevaar loopt.
De rechtbank stelt vast dat eiser een geloofwaardig relaas heeft over zijn politieke overtuiging, activiteiten en eerdere problemen met autoriteiten en colectivos. Ook zijn politieke activiteiten in Nederland en de monitoring door de Venezolaanse ambassade zijn relevant.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft onderzocht of eiser nog steeds in de negatieve belangstelling staat en onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn intentie om politieke activiteiten voort te zetten bij terugkeer. Het individuele risico is niet adequaat beoordeeld.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de meest recente landeninformatie en individuele omstandigheden.
Verder veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van de proceskosten van €1.814,- aan eiser.