ECLI:NL:RBDHA:2025:16622

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 september 2025
Publicatiedatum
8 september 2025
Zaaknummer
NL25.17522
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening uitstel van vertrek op grond van de Vreemdelingenwet

Verzoeker heeft een aanvraag om uitstel van vertrek ingediend, welke door verweerder op 16 januari 2025 is afgewezen. Verzoeker maakte hiertegen bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. Tijdens de procedure gaf verweerder aan zich niet langer te verzetten tegen de toewijzing van het verzoek, waardoor de voorzieningenrechter de zaak zonder zitting kon afdoen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker de beslissing op bezwaar in Nederland mag afwachten. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 907,-. Verweerder voerde aan dat geen proceskostenveroordeling moest worden toegekend omdat hij pas in de bezwaarfase wist dat verzoeker sinds 1983 in Nederland verblijft en mogelijk een privéleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro heeft opgebouwd.

De voorzieningenrechter wijst dit af omdat uit het dossier blijkt dat verweerder al in de aanvraagfase beschikte over informatie waaruit het langdurige verblijf van verzoeker blijkt. Het feit dat deze informatie in bezwaar is aangevuld, maakt de proceskostenvergoeding niet onredelijk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 907,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.17522

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Houben).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende het bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
1.1.
Verweerder heeft de aanvraag van 13 maart 2024 met het besluit van 16 januari 2025 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
Partijen zijn uitgenodigd voor de zitting van 27 augustus 2025. Omdat verweerder zich niet langer verzet tegen de toewijzing, hebben partijen de voorzieningenrechter vervolgens schriftelijk toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen. Dit betekent dat verzoeker de beslissing op bezwaar in Nederland mag afwachten.
3. Omdat het verzoek wordt toegewezen, veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van verzoeker. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 907,-. [1] De rechtbank volgt verweerder niet in zijn betoog dat geen proceskostenveroordeling moet worden toegekend omdat verweerder niet eerder dan in de bezwaarfase kon weten dat verzoeker al sinds 1983 in Nederland verblijft en daarom mogelijk privéleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM heeft opgebouwd. Uit het dossier blijkt namelijk dat in de aanvraagfase al een brief is overgelegd waarin staat dat verzoeker sinds de jaren ’80 in Nederland is, net als een behandelingsformulier waaruit blijkt dat verzoeker zeker sinds 2014 bij een Nederlands ziekenhuis bekend is. Verweerder had dan ook bij het nemen van het primaire besluit al de beschikking over informatie die erop wijst dat verzoeker al geruime tijd in Nederland verblijft. Dat deze informatie in bezwaar is aangevuld, maakt niet dat verzoeker een dusdanig verwijt te maken valt dat de vergoeding van zijn proceskosten niet redelijk meer is.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.