ECLI:NL:RBDHA:2025:16629

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 september 2025
Publicatiedatum
8 september 2025
Zaaknummer
NL25.24085
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na alsnog besluit minister in asielzaak

Verzoekster stelde een opvolgend beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Nadat het beroep was ingediend, nam de minister alsnog een besluit. Hierdoor trok verzoekster haar beroep in en verzocht de rechtbank om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat de minister aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster. De proceskosten werden vastgesteld op € 453,50, daarnaast werd de minister opgedragen het betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden.

De uitspraak werd gedaan zonder zitting door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, locatie Groningen. Verzoekster werd bijgestaan door mr. S.R. Nohar. De uitspraak is gepubliceerd op 8 september 2025.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster en het betaalde griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.24085

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoekster heeft een opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoekster heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. [2]
3. De rechtbank stelt vast dat de minister na het indienen van het opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoekster tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoekster te betalen.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoekster gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50. [3] De minister moet ook het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 194,- aan verzoekster te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.