ECLI:NL:RBDHA:2025:16657
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ligplaatsvergunning voor drijvend terras wegens overschrijding maximale diepte
Eiser vroeg op 24 oktober 2024 een ligplaatsvergunning aan voor een drijvend terras bij zijn woonboot. De gemeente Den Haag weigerde de vergunning omdat het terras 0,90 meter diep is, terwijl de Verordening op de Binnenwateren (VOB) een maximale diepte van 0,60 meter voorschrijft.
Eiser stelde dat hij ongelijk werd behandeld omdat buren met diepere terrassen wel vergunningen kregen, dat hij niet gehoord was in bezwaar, en dat de havenmeester had bevestigd dat de maten van het terras goed waren. De rechtbank oordeelde dat de buren onder oudere regels vallen en dat het gelijkheidsbeginsel geen gelijke behandeling onder verschillende regelgeving vereist. Ook ontbrak bewijs van toezegging door de havenmeester, waardoor het vertrouwensbeginsel niet van toepassing was.
De rechtbank concludeerde dat de weigering van de vergunning terecht was en dat de hoorplicht niet was geschonden. De financiële gevolgen voor eiser en de verkoopproblemen van de woonboot rechtvaardigen geen afwijking van de verordening. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de ligplaatsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.