ECLI:NL:RBDHA:2025:16664
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinoverdracht aan Zwitserland
Eiser, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank behandelde het beroep en verklaarde dit ongegrond, waarmee het besluit in stand bleef.
De rechtbank benadrukte het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij de minister mag aannemen dat Zwitserland zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in met concrete en objectieve informatie aan te tonen dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Zijn stellingen over mishandeling en ondermaatse opvang waren onvoldoende onderbouwd.
Ook het beroep op artikel 17 Dublinverordening Pro, dat overdracht kan worden geweigerd bij een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheid, werd verworpen. Eiser kon niet aantonen dat zijn medische situatie zodanig ernstig was dat overdracht ontoelaatbaar zou zijn. Het arrest Tarakhel bood geen grond voor uitzondering. De minister mag vertrouwen op adequate medische zorg in Zwitserland en op het feit dat eiser met medische escort wordt overgedragen.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht het verzoek tot terugname door Zwitserland accepteerde en dat er geen reden was om de asielaanvraag in Nederland in behandeling te nemen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Zwitserland blijft in stand.