ECLI:NL:RBDHA:2025:16716
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning arbeid op grond van associatierecht wegens wisseling werkgever
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor arbeid in loondienst op grond van het associatierecht tussen de EU en Turkije. Zij had eerder als au pair gewerkt bij een gastgezin en wenste na afloop van die periode als huishoudelijke hulp bij datzelfde gezin te blijven werken. De minister wees de aanvraag af omdat eiseres niet langer bij dezelfde werkgever wilde werken als waar zij haar rechten op grond van artikel 6 van Pro het Besluit 1/80 had opgebouwd.
De rechtbank oordeelt dat eiseres inderdaad rechten heeft opgebouwd op grond van artikel 6 van Pro het Besluit 1/80, maar dat deze rechten alleen gelden bij voortzetting van het dienstverband bij dezelfde werkgever. Omdat eiseres van werkgever wisselt, kan zij geen recht ontlenen aan artikel 6 en Pro is de afwijzing terecht. De rechtbank laat de vraag of eiseres tot de legale arbeidsmarkt behoorde onbesproken.
Eiseres voerde aan dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door niet te wachten op duidelijkheid van de Belastingdienst over de afdracht van loonbelasting, maar dit verweer leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand. De rechtbank bepaalt dat de minister de proceskosten niet hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning arbeid blijft in stand.