Uitspraak
1.De procedure
2.Standpunt van partijen
3.De beoordeling
4.De beslissing
[verweerster], voornoemd, in staat van faillissement;
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek tot faillietverklaring van verweerster ingediend wegens onbetaalde vorderingen van in totaal €17.919,36 en een steunvordering van de Belastingdienst van €561.350,00. Verweerster erkent deze vorderingen, maar verzocht om afwijzing van het verzoek en stelde een betalingsregeling voor.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat verweerster door de coronapandemie en persoonlijke omstandigheden in een problematische financiële situatie verkeert zonder voldoende inkomsten of een concreet herstelplan. De rechtbank oordeelde dat het vorderingsrecht van verzoekster voldoende vaststaat en dat verweerster is opgehouden met betalen.
Op grond van artikel 6 Faillissementswet Pro en de Europese insolventieverordening werd het faillissement uitgesproken. De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en curator, en bepaalde dat de rechtbank Rotterdam de verdere afhandeling van het faillissement zal verzorgen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart verweerster failliet wegens onbetaalde vorderingen en problematische financiële situatie.