ECLI:NL:RBDHA:2025:16780
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Portugal volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiseres stelde dat vanwege haar traumatische ervaringen in Portugal, waar zij gedwongen in de prostitutie heeft gezeten, en haar zwangerschap met uitgerekende datum 18 oktober 2025, de minister artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen. Zij betoogde dat de overdracht aan Portugal onevenredige hardheid zou opleveren en dat proceseconomische redenen een inhoudelijke behandeling rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat Portugal verantwoordelijk is en dat eiseres bij problemen terecht kan bij de Portugese autoriteiten. De minister achtte de verklaringen over traumatisering onvoldoende onderbouwd en vond dat de zwangerschap geen bijzondere medische omstandigheden bevat die overdracht verhinderen. Ook de proceseconomische redenen zijn niet voldoende om de overdracht te weigeren.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag op goede gronden is genomen. Eiseres kan worden overgedragen aan Portugal en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Portugal blijft in stand.