ECLI:NL:RBDHA:2025:16790
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking Schengenvisum en toegangsweigering
Verzoeker, van Indiase nationaliteit, kreeg een Schengenvisum type C geldig van 16 juli tot 21 oktober 2025 om zijn partner in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken trok het visum op 8 september 2025 in wegens onvoldoende en onbetrouwbare informatie over het doel en de omstandigheden van het verblijf. Op 9 september 2025 weigerde de minister verzoeker de toegang tot Nederland omdat hij niet over een geldig visum beschikte.
Verzoeker stelde bezwaar tegen de intrekking en administratief beroep tegen de toegangsweigering in en verzocht om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen op te schorten. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek op 10 september 2025 en besloot zonder zitting vanwege de spoedeisendheid.
De rechtbank overwoog dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar of beroep kans van slagen had. Redenen waren onder meer het weigeren van boarden in New Delhi vanwege tegenstrijdige verklaringen over zijn relatie en het doel van het verblijf, en het feit dat verzoeker ondanks de weigering toch naar Nederland was gereisd. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking van het Schengenvisum en toegangsweigering is afgewezen.