ECLI:NL:RBDHA:2025:1680

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2025
Publicatiedatum
10 februari 2025
Zaaknummer
NL24.50222
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 8:54 AwbArt. 6:12 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen op bezwaar mvv-aanvraag

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel ‘familie en gezin’. De minister heeft niet tijdig op het bezwaar beslist, waarna eiseres beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat voordat beroep kan worden ingesteld, eerst een ingebrekestelling moet worden gedaan nadat de beslistermijn is verstreken.

In deze zaak was de beslistermijn opgeschort geweest, waardoor de termijn verlengd werd tot 22 december 2024. Eiseres stelde de minister echter op 29 november 2024 in gebreke, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is de ingebrekestelling prematuur en is het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier Kalkman op 13 januari 2025.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50222
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. D. van Elp),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

De minister heeft op 25 april 2024 beslist op de aanvraag van eiseres om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel “familie en gezin” in het kader van artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden. Eiseres heeft bezwaar ingediend tegen dit besluit. De minister heeft niet tijdig beslist op dit bezwaar. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Deze uitspraak gaat over dat beroep.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een bezwaar beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen beslissing op het bezwaar is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen..2
Is het beroep van eiseres ontvankelijk?
3. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval eindigde de termijn voor het nemen van een beslissing op het bezwaar op
13 november 2024. De beslistermijn is echter opgeschort geweest tussen 4 en 17 juni 2024,
tussen 6 en 18 september 2024 en tussen 26 september 2024 en 10 oktober 2024. Hierdoor zijn er 39 dagen toegevoegd aan de beslistermijn, wat maakt dat de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op bezwaar eindigde op 22 december 2024. Eiseres heeft de minister op 29 november 2024 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
13 januari 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.