ECLI:NL:RBDHA:2025:16830
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening mvv-aanvraag nareis minderjarige kinderen Syrië
De moeder van verzoekers, een Syrische asielvergunninghouder, deed een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor haar minderjarige kinderen. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit en familierechtelijke relatie van de achterblijvende vader en het ontbreken van een toestemmingsverklaring.
Verzoekers vroegen de voorzieningenrechter hen tijdens de bezwaarprocedure als in het bezit van een mvv te behandelen om verdere scheiding van hun moeder te voorkomen. De voorzieningenrechter overwoog dat een dergelijke voorlopige voorziening alleen in uitzonderlijke gevallen kan worden toegekend wanneer sprake is van een zwaarwegend spoedeisend belang en twijfel aan de rechtmatigheid van het primaire besluit.
Hoewel het spoedeisend belang werd erkend vanwege de langdurige scheiding, vond de voorzieningenrechter het belang niet zwaarwegend genoeg om de verstrekkende voorziening toe te kennen. Daarbij werd meegewogen dat de kinderen verzorgd worden door hun grootmoeder en dat de minister heeft toegezegd voortvarend te handelen zodra de ontbrekende stukken worden aangeleverd.
Ook was onvoldoende duidelijk of de voogdijbeschikking van de Syrische rechtbank betekent dat de vader geen toestemming hoeft te geven voor vertrek van de kinderen. De minister moet dit in de bezwaarprocedure betrekken. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en besliste dat verzoekers geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om verzoekers als in bezit van een mvv te behandelen wordt afgewezen.