ECLI:NL:RBDHA:2025:16850

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
12 september 2025
Zaaknummer
NL25.30821
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na gegrondverklaring beroep tegen afwijzing asielaanvraag

Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die bij besluit van 9 juli 2025 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 9 september 2025. De rechtbank had inmiddels in een gerelateerde zaak (NL25.30820) het beroep gegrond verklaard en het besluit van 9 juli 2025 vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.

Gezien de gegrondverklaring van het beroep achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Tevens veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot betaling van proceskosten aan verzoeker ter hoogte van €907,00, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H. Hanssen - Telman en griffier mr. F. Aissa, en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van €907 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30821

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Marokkaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

(mr. D. Post).

Procesverloop

1. Bij besluit van 9 juli 2025 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep [1] , op 9 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Overwegingen

4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.30820, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het besluit van
9 juli 2025 vernietigd en de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom
4.1.
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 907,00 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL25.30820.