ECLI:NL:RBDHA:2025:16878

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
12 september 2025
Zaaknummer
NL25.28580
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige herkomst en vrees voor militaire dienstplicht

Eiseres, een Eritrese vrouw geboren in 1996, diende op 29 augustus 2023 een opvolgende asielaanvraag in met als grond haar illegale vertrek uit Eritrea en vrees voor militaire dienstplicht bij terugkeer. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 20 juni 2025 af als kennelijk ongegrond vanwege tegenstrijdige en wisselende verklaringen over haar herkomst en illegale uitreis, het overleggen van een valse doopakte en het achterhouden van paspoortinformatie.

Eiseres voerde aan dat zij een echt paspoort had overgelegd en dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom dit geen geloofwaardigheid bood. Tevens stelde zij dat zij in afwachting was van aanvullende documenten om haar identiteit te bevestigen. De rechtbank oordeelde dat het paspoort geen betrouwbare aanwijzingen gaf over haar verblijfplaats en herkomst, mede omdat het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van december 2023 geen onderzoek door Sudanese autoriteiten bevestigt bij paspoortuitgifte. Ook de aanvullende documenten konden de geloofwaardigheid niet versterken.

Verder vond de rechtbank dat eiseres onvoldoende consistent was in haar verklaringen over haar illegale uitreis, waarbij zij in eerdere procedures andere feiten had genoemd. Haar vrees voor militaire dienstplicht was onvoldoende onderbouwd. De minister had terecht de aanvraag afgewezen op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 wegens kennelijke ongegrondheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de opvolgende asielaanvraag wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28580

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).

Procesverloop

Met het besluit van 20 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 21 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiseres, de gemachtigde van eiseres, [naam] als tolk, en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiseres is geboren op [datum] 1996 en heeft de Eritrese nationaliteit. Op 29 augustus 2023 heeft zij een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft zij ten grondslag gelegd dat zij illegaal Eritrea heeft verlaten en dat zij bij terugkeer vreest voor de militaire dienstplicht.
2. Verweerder acht de identiteit en nationaliteit van eiseres geloofwaardig. De herkomst wordt echter niet geloofwaardig geacht. Hierbij heeft verweerder overwogen dat eiseres wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over haar herkomst. Dat zij dit zou hebben gedaan uit angst voor haar ex-echtgenoot in Zweden is geen verschoonbare reden. Daarbij komt dat onduidelijk blijft waar eiseres haar huidige paspoort heeft aangevraagd. Het paspoort biedt ook onvoldoende aanknopingspunten om de herkomst geloofwaardig te achten. Ook de illegale uitreis acht verweerder niet geloofwaardig, omdat eiseres hierover wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard ten opzichte van de verklaringen in haar eerste procedure. Tot slot is van belang dat eiseres een valse doopakte heeft overgelegd en verschillende keren heeft gelogen. Daarom kan zij in het algemeen als ongeloofwaardig wordt beschouwd en kan worden geconcludeerd dat zij de minister heeft misleid over haar identiteit, nationaliteit en herkomst.
3. Eiseres kan zich niet vinden in het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Allereerst heeft ze een echt bevonden paspoort overgelegd. Hieruit had de herkomst kunnen worden afgeleid en verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het paspoort onvoldoende aanknopingspunten biedt om haar herkomst geloofwaardig te achten. Bij het verkrijgen van het paspoort wordt de herkomst namelijk ook beoordeeld. Hierbij wordt verwezen naar het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van december 2023 (hierna: Algemeen Ambtsbericht). Verder heeft verweerder nagelaten vragen te stellen over de herkomst van eiseres. Ook heeft verweerder ten onrechte vastgehouden aan haar verklaringen in de eerste asielprocedure. Eiseres heeft aangegeven op welke wijze zij Eritrea is uitgereisd en welke risico’s zij loopt bij terugkeer, mede gelet op haar illegale uitreis en haar langdurige verblijf in het buitenland. Ook hierbij wordt verwezen naar het Algemeen Ambtsbericht. In de aanvullende gronden voert eiseres aan dat zij in afwachting is van een originele geboorteakte en de originele brief van de Eritrese ambassade in Khartoum. Daarmee wenst zij aan te tonen wat haar identiteit, nationaliteit en herkomst is. Tot slot stelt eiseres dat de aanvraag ten onrechte is afgedaan als kennelijk ongegrond.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Herkomst
4. Verweerder heeft niet ten onrechte de herkomst van eiseres ongeloofwaardig geacht. Hoewel eiseres thans een echt bevonden paspoort heeft overgelegd, heeft verweerder voldoende gemotiveerd waarom dit geen aanknopingspunten biedt om de herkomst geloofwaardig te achten. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat uit het paspoort niet blijkt hoe lang zij daadwerkelijk in Sudan heeft gewoond. Verweerder heeft zich ter zitting ook niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat uit het Algemeen Ambtsbericht niet volgt dat bij de aanvraag voor een paspoort in Sudan onderzoek wordt uitgevoerd naar de herkomst door de Sudanese autoriteiten. Ook heeft eiseres geen andere documenten aangeleverd waaruit haar herkomst zou kunnen blijken, zoals schoolrapporten. Daarnaast wordt verweerder gevolgd in het ter zitting ingenomen standpunt dat de overgelegde geboorteakte en het bericht van de Eritrese ambassade ook niet kunnen bijdragen aan de geloofwaardigheid van de herkomst. Uit de geboorteakte kan namelijk niet worden afgeleid waar iemand heeft gewoond of is opgegroeid en de verklaring van de ambassade kan alleen bevestigen dat het paspoort in Sudan is verkregen. De rechtbank heeft daarom ook geen aanleiding gezien om de behandeling van de zaak aan te houden in afwachting van deze documenten. Verder heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over haar herkomst ten opzichte van haar eerdere procedure. Gelet hierop heeft verweerder kunnen concluderen dat onvoldoende duidelijk is waar eiseres heeft verbleven. Van eiseres mag verwacht worden dat zij consistent verklaart over haar herkomst.
Vrees bij terugkeer vanwege de illegale uitreis en militaire dienstplicht
5. Verweerder heeft zich niet ten onrechte en voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de gestelde illegale uitreis niet geloofwaardig is. Zo heeft eiseres hierover wisselend en tegenstrijdig verklaard, ook ten opzichte van de vorige procedure. In die procedure heeft zij immers verklaard dat haar ouders en broertjes en zusjes mee zijn uitgereisd, terwijl ze in de huidige procedure heeft verklaard dat haar ouders nog in Eritrea verblijven en dat zij samen met een meisje en jongen is uitgereisd. Eiseres heeft bovendien zelf verklaard dat zij heeft gelogen over haar illegale uitreis. [1] Verder heeft ze de vrees voor de militaire dienstplicht niet nader onderbouwd. Gelet hierop heeft verweerder niet ten onrechte de vrees bij terugkeer niet aannemelijk geacht.
Kennelijke ongegrond
6. Verweerder heeft de asielaanvraag niet ten onrechte afgedaan als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, lid 1, onder c, e en g, van de Vw (Vreemdelingenwet 2000). Allereerst betreft deze procedure een opvolgende asielaanvraag. Verder heeft eiseres op meerdere punten valse verklaringen afgelegd. Dat zij deze valse verklaringen heeft afgelegd vanwege gestelde angst voor haar ex-echtgenoot heeft verweerder niet als verschoonbare reden hoeven zien. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat eiseres er zelf voor heeft gekozen om in Zweden bij haar ex-echtgenoot te verblijven en dat zij niet voldoende heeft toegelicht waarom zij thans voor haar ex-partner te vrezen zou hebben. Tot slot heeft eiseres een valse doopakte overgelegd en haar paspoort achter gehouden, waardoor verweerder heeft kunnen concluderen dat zij de minister heeft geprobeerd te misleiden.

Conclusie en gevolgen

7. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 12 september 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Gehoor opvolgende aanvraag, pagina 8.