Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Eritrese vrouw geboren in 1996, diende op 29 augustus 2023 een opvolgende asielaanvraag in met als grond haar illegale vertrek uit Eritrea en vrees voor militaire dienstplicht bij terugkeer. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 20 juni 2025 af als kennelijk ongegrond vanwege tegenstrijdige en wisselende verklaringen over haar herkomst en illegale uitreis, het overleggen van een valse doopakte en het achterhouden van paspoortinformatie.
Eiseres voerde aan dat zij een echt paspoort had overgelegd en dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom dit geen geloofwaardigheid bood. Tevens stelde zij dat zij in afwachting was van aanvullende documenten om haar identiteit te bevestigen. De rechtbank oordeelde dat het paspoort geen betrouwbare aanwijzingen gaf over haar verblijfplaats en herkomst, mede omdat het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van december 2023 geen onderzoek door Sudanese autoriteiten bevestigt bij paspoortuitgifte. Ook de aanvullende documenten konden de geloofwaardigheid niet versterken.
Verder vond de rechtbank dat eiseres onvoldoende consistent was in haar verklaringen over haar illegale uitreis, waarbij zij in eerdere procedures andere feiten had genoemd. Haar vrees voor militaire dienstplicht was onvoldoende onderbouwd. De minister had terecht de aanvraag afgewezen op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 wegens kennelijke ongegrondheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de opvolgende asielaanvraag wordt afgewezen.