ECLI:NL:RBDHA:2025:16881
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoekers, allen van Egyptische nationaliteit, hebben een opvolgende aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 18 juli 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en gevraagd om een voorlopige voorziening.
De rechtbank heeft het onderzoek op zitting behandeld op 8 augustus 2024 en 15 juli 2025, waarbij ook onderzoeksresultaten van Bureau Documenten en een NFO-rapport zijn toegevoegd aan het dossier. Verzoekers kregen de gelegenheid om een contra-expertise uit te voeren.
Bij uitspraak op 12 september 2025 heeft de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen, omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.