Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 12 september 2025 het beroep van een vreemdeling tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. De maatregel was gebaseerd op zware gronden, waaronder het ontbreken van geldige reisdocumenten en eerdere ontduiking van toezicht, en lichte gronden zoals het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats.
De vreemdeling betwistte de gronden en stelde dat hij meewerkte aan terugkeer naar Duitsland en zijn identiteit vaststond. De rechtbank oordeelde echter dat de gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. De enkele verklaring van medewerking aan terugkeer was onvoldoende om het significante risico op onderduiken weg te nemen.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht geen lichter middel toepaste en dat de belangenafweging voldoende individueel was gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd openbaar gemaakt en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.