De rechtbank Den Haag heeft op 9 september 2025 een eindbeslissing genomen in een procedure over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken tussen ouders. Deze procedure liep sinds december 2020 en betrof het verzoek van de moeder om een zorgregeling vast te stellen.
Ondanks verschillende hulpverleningstrajecten, waaronder ouderschapsbemiddeling en een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, is het niet gelukt om het contact tussen de vader en de kinderen volledig te herstellen. De Raad verzocht op 17 januari 2025 om ondertoezichtstelling van de minderjarigen, welke door de kinderrechter op 31 januari 2025 is toegewezen voor een jaar.
De rechtbank stelt vast dat het contact tussen de vader en [minderjarige 1] wekelijks plaatsvindt en legt vast dat zij iedere vrijdag samen eten, met de mogelijkheid tot uitbreiding onder regie van de jeugdbeschermer. Voor [minderjarige 2] is er geen direct contact en het contactherstel dient onder regie van de jeugdbeschermer te gebeuren. De rechtbank wijst verdere verzoeken af en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.