ECLI:NL:RBDHA:2025:16969
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na gegrondverklaring beroep
De minister van Asiel en Migratie wees op 12 juni 2025 de asielaanvraag van verzoeker af als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Op 5 september 2025 behandelde de voorzieningenrechter het verzoek samen met het beroep.
Op de dag van de uitspraak, 15 september 2025, verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 12 juni 2025, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk, waarna het verzoek werd afgewezen.
De voorzieningenrechter veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten van €907,00.