ECLI:NL:RBDHA:2025:1697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering kinderbijslag wegens niet voldoen onderhoudsbijdrage
Eiseres ontving kinderbijslag voor haar zoon, die van september 2021 tot juli 2022 grotendeels in Engeland verbleef. De Sociale Verzekeringsbank beëindigde de kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal 2021 en vorderde de reeds betaalde bedragen terug, omdat eiseres niet voldeed aan de vereiste onderhoudsbijdrage. Eiseres voerde aan dat haar zoon als ingezetene moest worden beschouwd en dat zij vanwege schuldsanering niet kon bijdragen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres op de peildata niet voldeed aan de vaste onderhoudsbijdrage zoals voorgeschreven in het Besluit uitvoering kinderbijslag. Financiële omstandigheden van eiseres rechtvaardigen geen uitzondering. De vaste onderhoudsbijdrage is een bewuste keuze van de wetgever en leidt niet tot een onevenredige last.
Daarom was de beëindiging van de uitkering en de terugvordering terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door rechter Bannink op 14 februari 2025.
Uitkomst: De beroepen tegen de beëindiging en terugvordering van kinderbijslag worden ongegrond verklaard.