ECLI:NL:RBDHA:2025:16971
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na gegrondverklaring beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen als kennelijk ongegrond op 3 juli 2025. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 5 september 2025 werd het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak behandeld. De rechtbank heeft vervolgens in zaaknummer NL25.29564 het beroep gegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Daarnaast bepaalde de voorzieningenrechter dat verzoeker recht heeft op een vergoeding van proceskosten, welke door de minister moet worden betaald. De vergoeding is vastgesteld op €907,00, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en het aantal proceshandelingen door de gemachtigde.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A. Sibma en griffier M.C. Drenten - Boon, en is definitief omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van €907 aan proceskosten.