ECLI:NL:RBDHA:2025:16977
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlengingsbesluit overdracht asielzoeker op grond van onterecht onderduiken
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 27 november 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister wees de aanvraag af omdat Bulgarije verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening. Na verschillende procedures werd een overdracht gepland op 14 juli 2025, maar deze werd geannuleerd omdat de minister aannam dat eiser ondergedoken was. Op die grond werd de overdrachtstermijn verlengd.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet ondergedoken was. Hij voldeed aan zijn wekelijkse meldplicht, was niet geïnformeerd over de overdracht op 14 juli, en meldde zich opnieuw bij het Aanmeldcentrum. De minister kon niet aantonen dat eiser doelbewust buiten bereik van de autoriteiten bleef om overdracht te voorkomen, zoals vereist volgens het arrest Jawo van het Hof van Justitie.
Daarom is het verlengingsbesluit in strijd met artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en stelt vast dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het verlengingsbesluit wordt vernietigd en Nederland wordt verantwoordelijk voor de asielaanvraag.