ECLI:NL:RBDHA:2025:16985
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nakoming en proceskostenveroordeling in kort geding interieurinrichting
Eiser vorderde in kort geding nakoming van een overeenkomst tot levering en installatie van een interieurinrichting, met herstel van gebreken binnen vier weken en dwangsom bij niet-nakoming. Gedaagde voerde verweer en stelde onder meer dat het geschil niet spoedeisend was.
Tijdens de zitting wijzigde eiser zijn eis en verzocht hij om niet-ontvankelijkverklaring van beide partijen wegens gebrek aan spoedeisend belang, met veroordeling van gedaagde in proceskosten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak omdat de gebreken niet direct herstel behoefden en eiser al jaren in de woning woonde ondanks de gebreken.
De rechtbank stelde vast dat eiser misbruik van procesrecht pleegde door aanvankelijk spoedeisend belang te stellen terwijl hij later dit belang ontkende. Daarom werd eiser veroordeeld in de werkelijk gemaakte proceskosten van gedaagde, begroot op tweemaal het liquidatietarief. De vorderingen in conventie en voorwaardelijke reconventie werden afgewezen.
Uitkomst: Vordering van eiser wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.