ECLI:NL:RBDHA:2025:16996
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek, conform de Dublinverordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en wijst dit af omdat op hetzelfde moment in een andere zaak (zaaknummer NL25.40659) al een uitspraak is gedaan over het beroep.
De voorzieningenrechter ziet daarom geen noodzaak voor een voorlopige voorziening en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.