Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam eiseres], V-nummer: [V-nummer 2] , eiseres (hierna tezamen: eisers),
Rechtbank Den Haag
Eisers, Bulgaarse Unieburgers met familie in Nederland, voerden beroep aan tegen besluiten waarin hun rechtmatig verblijf en aanvraag voor een verklaring van inschrijving werden afgewezen. De minister stelde dat eiser geen werknemer of werkzoekende was en onvoldoende middelen van bestaan had, waardoor geen verblijfsrechten konden worden ontleend.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet als economisch actieve of inactieve gemeenschapsonderdaan kon worden aangemerkt. De stukken over werk en inkomen betroffen een periode na het besluit en gesubsidieerde werkzaamheden zonder economische waarde. Ook de financiële garanties van hun zoon waren onvoldoende onderbouwd.
De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro toonde een fair balance tussen het belang van eisers en het Nederlandse belang bij een restrictief toelatingsbeleid. Eisers verbleven relatief kort in Nederland, hadden banden met Bulgarije, en medische klachten waren onvoldoende onderbouwd om verblijf te rechtvaardigen.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de besluiten bleven in stand. Eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten over rechtmatig verblijf en verklaring van inschrijving zijn ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.